In het werk van Eric Jan van de Geer (1965) wordt de weergeven werkelijkheid zoals we die kennen van foto’s in twijfel getrokken. Hij is daarbij geïnteresseerd in het toevallige, het onbeduidende, non-spectaculaire onderwerpen. Foto’s die zo betekenisloos mogelijk zijn. Hij zoekt naar onderwerpen die zo goed mogelijk aan deze beschrijving voldoen. TEMPO-zakdoekjes, trouwjurken, wolken, vleeswaren, ansichtkaarten met bloemen, steden verpakkingen. Fotografie vormt hierbij het uitgangspunt. Vaak zijn dat eigen foto’s, maar soms ook gevonden of verzameld fotomateriaal.
Eric Jan van de Geer benadert deze onderwerpen met schilderkunstige middelen waar hij gebruik maakt van de karakteristieken van verschillende materialen zoals zeefdruk, houtskool, kleurpotlood, wasco, gouacheverf en de doelbewuste keuze van structuur, raster, kleur en textuur. De uiterste precisie, de aandacht waarmee van de Geer het oorspronkelijke beeld, altijd in meerdere versies, opnieuw opbouwt zorgt ervoor dat we deze gekende, alledaagse, non-spectaculaire beelden, die we normaal gesproken niet waarnemen, opnieuw gaan zien. Met deze methodes probeert hij door te dringen tot essentie van het beeld door gebruik te maken van reductie en abstrahering. Hierdoor voelt een vertrouwd beeld, door formele ingrepen niet meer vertrouwd en stelt het vragen over het oorspronkelijke fotografische beeld. Is de werkelijkheid in één beeld te vatten? Wat betekent het reproduceren voor weergave van het beeld? Wat is de werkelijkheid?
